Themakamer zij-instroom

Betere begeleiding en maatwerk

Er zijn genoeg geschikte zij-instroomkandidaten, vindt ruim de helft van de aanwezigen. Maar hoe ga je als sector met die mensen om? Hoe zorg je dat ze hun traject voltooien? En hoe ontwikkel je als schoolbestuur beleid omtrent zij-instroom? Daarover ontstaan boeiende gesprekken.

Aan de muur hangt een langgerekte tekening. Die stelt de reis voor die een zij-instromer maakt. Links onderin de hoek staat een flinke groep mensen klaar. "Aan mensen die het onderwijs in willen geen gebrek", zegt Henny Steenbergen van het Arbeidsmarktplatform PO. "Bij elke voorlichtingsavond zitten de zalen vol. Maar van al die mensen blijven er na een traject van twee of drie jaar maar een paar zij-instromers over. Wat gebeurt er in die route? Waar gaat het mis?"

Online assessment
Aan drie tafels gaan de aanwezigen hierover in gesprek. Bij de eerste tafel vertelt iemand over de inzet van een online assessment "om het kaf van het koren te scheiden" en zijn tafelgenoot heeft daar wel oren naar. "We krijgen tientallen aanmeldingen voor zij-instroom maar hebben de capaciteit niet om zelf met iedereen in gesprek te gaan", legt hij uit. 

Een ander: "Ik hoorde vandaag ook van een po-bestuurder uit Limburg die een traject van tien weken heeft voor zij-instromers, zodat ze kunnen kennismaken met het basisonderwijs. Na tien weken wordt dan besloten of ze doorgaan." Iemand aan tafel suggereert dat er een kennisplatform moet komen waarop dit soort ervaringen kan worden uitgewisseld. "Er is zoveel kennis aanwezig overal, maar we hebben er geen grip op."  

Geen support
Aan een andere tafel vertelt Paul Baan, de zij-instromer die gestopt is als leraar, over het gebrek aan steun dat hij op zijn school ervoer. Baan snijdt een ander onderwerp aan. Kun je mensen voorbereiden op het onderwijs? "Niemand kan je voorbereiden op de eerste gesprekken met ouders over het schooladvies", zegt hij. "Dat ben ik niet helemaal met je eens", zegt een ander. "Een goede begeleider kan jou daarin advies geven.” 

Pabo’s aansturen
Bij tafel drie vallen we binnen in een gesprek over pabo’s en in hoeverre die hun programma’s aan willen of kunnen passen. "Pabo’s moeten voldoen aan allerlei eisen, maar tegelijkertijd zijn er grote verschillen tussen pabo A en pabo B. Dat betekent dat er veel speelruimte is." 

Dat wordt bevestigd door een tafelgenoot. "Onze bestuurder is naar de pabo in de buurt gegaan en heeft gezegd: als jullie willen meedoen aan deze subsidie wil ik m’n eigen pabo-klas. Dat is gelukt." Deze school stelde nog een andere eis: wat zij-instromers maandag op de pabo leren, moeten ze dinsdag kunnen toepassen. 

Herfstbladeren
Zij-instromer Eric van der Wilk — die vanmorgen bij het plenaire deel werd geïnterviewd — vindt ook dat pabo’s hun programma moeten aanpassen, omdat het onderwijs niet aansluit op de praktijk. "Het is lang geleden dat ik studeerde, dat ik iets uit boeken moest leren. Daar zou wat mij betreft wat meer aandacht voor mogen zijn. En dan kunnen we dat tekenen van herfstbladeren misschien even uitstellen." 

Een belangrijke les die de aanwezigen al hebben geleerd: begin op tijd met werven. "Dit jaar begonnen we pas in maart en moesten we alle zeilen bijzetten om het rond te krijgen." "Eigenlijk zou je in november al een voorlichtingsavond moeten hebben", vult iemand anders aan. "Dan heb je daarna nog de tijd voor een korte stage en een assessment."

Voeg toe aan selectie